« Terug naar de filmpagina

Een film naar een boek van Stephen King doet je verwachten een spannende thriller te zien. Dat is het niet, Hearts in Atlantis is vooral een hele mooie, ontroerende film. Het acteerwerk is zeer overtuigend, Anthony Hopkins (Ted) is weer op zijn best. Maar ook de 11 jarige Bobby komt heel natuurlijk over. De vriendschap tussen Ted en Bobby komt goed uit de verf, het lijkt op een opa-kleinkind band. Ted leert Bobby over het leven, daarvoor in de plaats maakt Ted weer een beetje het magische van de jeugd mee.

Bobby zit vaak bij de huurder Ted boven: als bijbaantje moet Bobby Ted de krant voorlezen omdat Ted slecht ziet. Maar Ted betaalt Bobby ook om buiten het huis als zijn ogen te fugeren. 'Slechte mannen'zitten achter hem aan, en Bobby moet opletten of ze in de buurt zijn. Als dat zo is, zal Ted moeten vluchten. Maar Bobby heeft moeite met dit deel van zijn baantje, hij wil zijn vaderfiguur niet missen. Dus als de eerste voortekenen komen, houdt Bobby zijn mond.

De band tussen Ted en Bob is mede zo sterk omdat Bobby geen goede band met zijn moeder heeft. Bobby's moeder heeft het als alleenstaande moeder in de jaren vijftig niet makkelijk. Haar harde lot heeft haar tot een bittere vrouw gemaakt die het heel druk heeft met haar eigen leven en haar zoon meer als last ervaart. Voor zijn 11de verjaardag krijgt Bobby niet de zo gewenste fiets maar een gratis bibliotheekkaart. Het geld gebruikt ze liever voor mooie uitgaansjurken. Over zijn overleden vader vertelt ze alleen maar slechte verhalen. Over Ted is ze ook niet te spreken, hij wil niks kwijt over zijn verleden. Maar als ze zelf een weekendje weg wil, schakelt ze hem toch in als oppas van Bobby.

De film geeft een geromantiseerd beeld van de jaren vijftig in Amerika, over de magische momenten van de jeugd 'waarin aan een dag geen einde lijkt te komen'. Het was de laatste zomer van Bobby's jeugd, door Ted zag hij hoe hard de wereld kan zijn: het begin van volwassenheid.