« Terug naar de filmpagina

Is het mogelijk om een boek van welgeteld 901 bladzijden, dat vergeleken is met het werk van Dante en Homerus en dat tussen neus en lippen door een poging doet de ontstaansgeschiedenis van het heelal te verklaren, in een film van 134 minuten te proppen? Wel degelijk, zo heeft Jeroen Krabbé met 'The Discovery of Heaven' bewezen. Maar of het ook een goede film heeft opgeleverd, is een geheel andere vraag.

Onlangs verklaarde Harry Mulisch in een interview dat hij de film als een veredelde illustratie van zijn boek zag. Hij bedoelde het als compliment, maar het getuigt van een weinig hoge dunk voor het medium film. Het probleem van 'The Discovery of Heaven' is echter, dat Harry Mulisch voor één keer de spijker op de kop slaat: de film is een veredelde illustratie van het boek. Op een aantal tijdsveranderingen na, volgt de film opmerkelijk slaafs de verhaallijn. En die verhaallijn is op z'n zachtst gezegd nogal vergezocht.

Dankzij Mulisch' talent voor het geloofwaardig maken van de meest ongeloofwaardige theorieën, ben je in het boek maar al te graag bereid de vergezochte plot te pikken. In de film is er echter geen ruimte om het ongeloofwaardige geloofwaardig te maken. De vreemde gebeurtenissen volgen elkaar in zo'n hoog tempo op dat de realiteit geen enkele kans krijgt. Er moet simpelweg te veel verteld worden in te weinig tijd.

Het verhaal begint als de excentrieke linguïst en politicus Onno Quist (Stephen Fry) een lift krijgt van de sterrenkundige en vrouwenverslinder Max Delius (GregWise). De twee berekenen dat ze op dezelfde dag verwekt moeten zijn, zien zichzelf als kosmische tweeling en ontwikkelen een vriendschap voor het leven. De enige die er nog tussenkomt is de celliste Ada (Flara Montgomery) die eerst verliefd wordt op de flamboyante Max, maar vervolgens toch kiest voor de trouwe Onno.

Tot dan toe is 'The Discovery of Heaven' een leuk verhaal over vriendschap en trouw, dat zo nu en dan hinderlijk wordt onderbroken door de onderonsjes van de engelen in de hemel die twisten over hoe ze de drie levens nu weer zullen beïnvloeden om het gewenste resultaat (het terugkrijgen van de Stenen Tafelen) te bereiken. Stephen Fry is zeer vermakelijk als de erudiete en van sarcasme overvloeiende Onno Quist, die herinneringen oproept aan Fry's vertolking van Oscar Wilde in 'Wilde' (1997). De geforceerdheid waarmee wordt bewezen dat toeval niet bestaat, is ook al in dit deel van de film aanwezig. Maar pas nadat de uitverkoren Quinten verwekt is en de relatie tussen Onno en Max naar de achtergrond verdwijnt, bezwijkt 'The Discovery of Heaven' helaas onder z'n eigen ambitieuze gewicht.

De absurde situaties, die in het boek over een zestiental jaren en een grove 500 pagina's zijn uitgesmeerd, volgen elkaar op in zo'n snel tempo dat inzicht in de beweegredenen van de personages weinig kans krijgt. De periode waarin de uitverkoren Quinten (Neil Newbon), zonder het te weten, wordt voorbereid om zijn taak te volbrengen, krijgt nergens het geduld dat nodig is. En als Quinten uiteindelijk vertrekt om zijn lotsbestemming te zoeken, worden Mulisch' vergezochte, maar vaak vermakelijke theorieën over religie, geschiedenis en het leven op één hoop gegooid, zonder de uitleg te geven die ze nodig hebben.

'The Discovery of Heaven' wil eerst een bodymovie zijn, dan een film over een driehoeksverhouding, dan een coming-to-age film en tenslotte een Indiana Jones voor godsdienstwaanzinnigen, bij elkaar gehouden door het smoesje dat toeval niet bestaat. Kortom, de ideale film voor wie zich graag laat meeslepen in krankzinnige verhaallijnen. Hoewel te betwijfelen valt of degenen die het boek niet hebben gelezen, de ruimte krijgen om te begrijpen wat er allemaal gebeurt.

De manier waarop Krabbé (die zelf meespeelt als aartsengel Gabriël) de hemel als een gebouw zonder buitenkant heeft weten te filmen is overigens tamelijk indrukwekkend te noemen. Net zoals iedere poging tot verfilming van het meesterwerk van Mulisch op zichzelf al indrukwekkend is.

Mark Joost Meijer