« Terug naar de filmpagina

door Mark Joost Meijer
Het is een voordeel van Cubaanse muziek te houden, om de film ten volle kunnen waarderen. De verhalen van de bejaarde muzikanten over hun successen en hun jaren in de vergetelheid en daarnaast het onvermijdelijke, maar mooie portret van Cuba zijn op zichzelf interessant. Maar wie de zwoele latin-jazz van deze krasse knarren niet kan waarderen zal aanzienlijk minder plezier beleven.

Wenders laat zien hoe de muziek in het dagelijks leven van deze Cubanen is verweven. Op het podium of op straat, het lijkt weinig uit te maken. Pianist Rubén Conzález die oefent in een gymzaaltje terwijl een turnklasje op zijn muziek danst, Ibrahim Ferrer die zingend samen met zijn vrouw de volksbuurt waarin hij woont inspecteert, het zijn mooie momenten.

'Buena Vista Social Club' laat zien hoe je zelfs nog op tachtigjarige leeftijd een piek in je leven kunt bereiken en van levenslust kunt overlopen. In de jaren '50 en '60 waren deze mensen wereldberoemd in Cuba en omstreken, in de jaren '70 en '80 compleet vergeten. Rubén Conzález had meer dan tien jaar geen piano meer aangeraakt, verbitterd dat hij vergeten was. Ibrahem Ferrer moest noodgedwongen schoenen poetsen. Nu mogen ze weer doen waarvoor ze op de wereld zijn gezet, succesvoller dan ooit. Ferrer spreekt alleen hardop de hoop uit om nog even de tijd te krijgen om van het succes te kunnen genieten.

Het mooist is 'Buena Vista Social Club' wanneer de muzikanten hun droom zien uitkomen en in een prestigieus theater in New York mogen spelen. Voet aan wal in het beloofde land: Conzález die het vrijheidsbeeld probeert te zien vanaf een wolkenkrabber; twee percussionisten die in een etalage poppetjes van muzikanten proberen te herkennen (de enige die ze niet thuis kunnen brengen is saxofonist Bill Clinton); en tenslotte de muzikanten die op het New Yorkse podium met een Cubaanse vlag staan te zwaaien. Dat laatste moet een Godsgeschenk voor Wenders zijn geweest die continu op subtiele wijze probeert om het Amerikaanse culturele imperialisme aan te stippen.

Van de in Cuba nog steeds rondrijdende Caddilacs uit de jaren '50 tot aan de slogan van 'Godzilla' ('Size does matter') tegenover Cubaanse muurspreuken over de droom van de revolutie. Het levert mooie plaatjes op van vergeten gebouwen en vergane glorie, maar bovenal is 'Buena Vista Social Club' vooral een film over mensen die na ontelbare teleurstellingen in de herfst van hun leven het geluk hebben hervonden. En dat is heerlijk om te zien.

Mark Joost Meijer